Traumatologie bij volwassenen

/Traumatologie bij volwassenen
Traumatologie bij volwassenen2017-07-15T17:00:13+00:00

Hierna volgt een beknopte samenvatting over de traumatologie in de orthopedie.

De bedoeling is om een aantal frequente fracturen toe te lichten, doch het adagio: « er bestaan geen 2 identieke fracturen », geldt zeker. Het is dan ook moeilijk om de volledige specifieke traumatologie hier samen te vatten.

Deze beperkte bespreking zal het hebben over de polsfracturen, de enkelfracturen en de heupfracturen.

1. Polsfracturen

Polsfracturen of distale radiusfracturen zijn typisch osteoporotische fracturen. Dit houdt in dat ze vaker bij ouderen voorkomen met een slechtere botkwaliteit. Typisch ook eerder bij vrouwen gezien zij door postmenopauzale veranderingen vaker ontkalking hebben van hun beendergestel.

Toch kan door een hoog impact (vb val van grote hoogte) deze breuk of fractuur ook optreden op eender welke leeftijd.

De beslissing tot chirurgisch corrigeren en stabiliseren van de fractuur hangt af van de stand van de breuk, de leeftijd en de algemene verwachtingen van de patiënt. Indien er een conservatieve, dus niet chirurgische behandeling vooropgesteld wordt, zal de fractuur meestal een 6-tal weken in het gips geplaatst worden. Er zullen geregeld vervolgafspraken voorzien worden om het gips te wisselen en de fractuur te controleren.

Indien er toch zou beslist worden om te opereren en de fractuur te stabiliseren zal er meestal gekozen worden om een plaatje langs de palmaire zijde van de voorarm te fixeren met een aantal schroefjes. Na deze ingreep is het afhankelijk van de breuk en de botkwaliteit of er nog gips noodzakelijk is. Meestal zal er nog een 2-tal weken gips nodig zijn, maar nadien kan de mobilisatie gestart worden. Toch kan het ook hier noodzakelijk zijn om de breuk nog een 6-tal weken te immobiliseren na operatie.

2. De enkelfractuur

Een enkelfractuur ontstaat typisch bij het naar binnen omslaan van de voet, doch er zijn verscheidenen verschillende ontstaansmechanismen mogelijk.

Klinisch is één van de belangrijkste redenen om een radiografie te laten nemen, het niet kunnen steunen.

Het fractuurpatroon van een enkelfractuur is relatief complex. Doch is de voornaamste indicatie tot het chirurgisch stabiliseren van een enkelfractuur de instabiliteit van de enkelvork. De talus zit namelijk gevangen tussen de beide malleoli. Naargelang de aard van de fractuur zal de talus niet meer mooi gecentreerd zijn tussen deze beide botuitsteeksels en is het dus nodig om deze opnieuw te corrigeren en te herfixeren.

Na dergelijke operatie zal er meestal een steunverbod zijn van 6 weken. Doch dit is afhankelijk van het soort fractuur en de botkwaliteit. Tevens zal er een immobilisatie met gips nodig zijn van 4 tot 6 weken. Gezien u een gips draagt aan het onderbeen zal u daarnaast antistollingsproducten krijgen ter preventie van diepe veneuze trombose.

Complicaties

Osteoporose

Osteoporose of botontkalking ontstaat op oudere leeftijd en vaker bij vrouwen dan bij mannen. Het is voornamelijk een verminderde botmassa. Hierdoor wordt het bot minder sterk. Evenwel verandert er niets aan de architectuur van uw bot, nog aan de herstelcapaciteit. De botheling zal met andere woorden gelijk zijn, doch u zal veel makkelijker breken.

Indien het om een osteoporotische fractuur zou gaan, kan u via de huisarts of via de dienst reumatologie een afspraak verkrijgen tot het uitvoeren van een botdensitometrie. Bij dit onderzoek wordt de dichtheid van uw bot gemeten. Zo deze onvoldoende blijkt, kan deze met bepaalde medicatie verbeterd worden. Dit zou nieuwe breuken in de toekomst moeten verminderen.

Diepe veneuze trombose

Een gekende complicatie na een operatie aan het been is flebitis of diepe veneuze trombose. Om deze te voorkomen zal u medicatie in de vorm van spuitjes meekrijgen. Deze dient u te nemen zolang u een gips heeft van het onderbeen, of een 30-tal dagen indien u aan uw heup geopereerd werd.

Één van de belangrijkste manieren om trombose te voorkomen is om geregeld rond te stappen en in beweging te blijven met uw tenen. Daarnaast is hoogstand uiterst belangrijk.

Infectie

In minder dan 1 procent van de gevallen kan er een oppervlakkige of diep infectie ontstaan na een ingreep. Er wordt in het operatiekwartier alles aan gedaan om de ingreep zo steriel mogelijk te laten verlopen. Toch zien we dat er in uiterst zeldzame gevallen een infectie kan ontstaan.

Er is een verschil tussen een infectie en een ontsteking. Een ontsteking is een natuurlijke reactie van het lichaam als herstelmechanisme van de wonde en de breuk. Bij een infectie of een besmetting is er een kolonisatie met bacteriën. Typisch hiervoor is er een roodheid en zwelling die groter worden in de tijd. De wonde voelt ook abnormaal warm aan. Indien dit verder evolueert zal een etter tevoorschijn komen ter hoogte van de wonde. Daarnaast kan koorts (temperatuur meer dan 37,8°C) optreden.

Indien u deze symptomen zou waarnemen dient u zo snel mogelijk uw huisarts of behandelend arts te contacteren. In functie van de ernst zal antibiotica of een spoeling van de wonde uitgevoerd worden

Opgelet

De informatie op deze website werd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld, maar kan desondanks onvolkomenheden bevatten. De auteurs kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van het gebruik van deze informatie. Voor een persoonlijk advies, raden wij u aan uw huisarts of een andere deskundige te raadplegen. U kan ook steeds op onze consultaties terecht voor persoonlijk advies.