Kraakbeen

///Kraakbeen
Kraakbeen2017-07-15T16:22:34+00:00

Kraakbeenletsels ter hoogte van de knie

Het kniegewricht heeft drie gewrichtscompartimenten:

  • een binnenste ("mediale") compartiment
  • een buitenste ("laterale") compartiment
  • een voorste ("anterieure" = "patellofemorale") compartiment namelijk de knieschijf en zijn goot

Het kraakbeen bekleedt gewrichtsoppervlakken van beenderen die een gewricht vormen en bekleed dus het bot in deze compartimenten. De functie van kraakbeen is voornamelijk beweging zonder wrijving mogelijk maken naast enkele andere functies waaronder ook schokabsorptie. Deze laag heeft een bepaalde dikte. Aantasting van deze laag in het gewricht kan diffuus verspreid  zijn in een of meerdere compartimenten zoals bij artrose of gelokaliseerd onder vorm van één of enkele afgelijnde letsels.

De ernst van de aantasting wordt weergegeven in graden:

  • graad 0: normaal
  • graad 1: verweking, fibrillatie("haartjes")
  • graad 2: aantasting van minder dan de helft van de totale dikte
  • graad 3: aantasting van meer dan de helft van de totale dikte
  • graad 4: aantasting van de hele dikte tot op het onderliggende bot

 

Symptomen:

Aantasting van het kraakbeen leidt tot belastinggebonden pijn en  zwelling van het gewricht met vochtuitstorting.

De lokalisatie van de pijn hangt af van het compartiment(en)  waar een letsel(s) is. Bij belangrijke slijmvliesontsteking ("synovitis") kan er nachtelijke pijn of pijn in rust aanwezig zijn. Er kan ochtendstijfheid of stijfheid bij de eerste stappen("startstijfheid") aanwezig zijn. In ernstige gevallen vooral bij artrose is er bewegingsbeperking of een gewrichtscontractuur dwz de knie niet volledig kunnen strekken ("flexiecontractuur"). Typisch voor kraakbeenaantasting van de knieschijf of zijn goot is pijn vooraan(rond de knieschijf) meer uitgesproken bij het afdalen van trappen of bij langdurig zitten met gebogen knie zoals in de wagen of in de cinema (vandaar"moviesign")

Diagnose en onderzoeken:

De diagnose wordt gesteld door het klinisch verhaal en onderzoek. Een lokaal kraakbeenletsel is in tegenstelling tot artrose niet zichtbaar op radiografie tenzij in gevorderde stadia met verharding("sclerose") van het bot. Kraakbeen kan direct beoordeeld worden door middel van een NMR(=MRI) scan of indirect door middel van een scanner(CT of NMR) met injectie van contraststof in het gewricht.

Behandeling:

Kraakbeen herstelt zichzelf slecht of niet. Afhankelijk van de graad van het letsel en de plaats in een gewricht, zal men in meer of mindere mate last ondervinden.

niet operatief:

Bij kleine en oppervlakkige kraakbeenletsels zal men vaak een afwachtende houding aannemen. Met glucosamines en hyaluronzuur inspuitingen kan men proberen om de achteruitgang van de kraakbeenslijtage te stoppen. Deze medicaties gaan ook de pijn verbeteren, een 3-tal maanden na het opstarten van de medicatie. De hyaluronzuur inspuitingen gebeuren in een reeks van 3 inspuitingen met telkens 1 week tussen. Deze medicatie wordt (nog) niet terugbetaald door de ziekteverzekering.

operatief:

Bij kleine, goed gelokaliseerde en diepe kraakbeenletsels, kan met een operatie het kraakbeen herstellen. Deze letsels vormen slechts een kleine minderheid van de patiënten met kraakbeenlijden. Deze technieken kunnen niet gebruikt worden bij arthrose of algemene kraakbeenslijtage of te grote kraakbeenletsels.

Er zijn verschillende mogelijkheden.

Meestal wordt geopteerd voor het uitvoeren van een artroscopische microfractuur van het kraakbeenletsel. Hierbij wordt het letsel gedebrideerd en kleine gaatjes gemaakt in het onderliggende bot. Hierdoor wordt een bloedklonter gecreëerd in het defect, met de bedoeling om hier een nieuw soort kraakbeenlaag te vormen.

Bij recidief van dergelijke letsels, of bij te grote letsels kan voor een kraakbeentransplantatie geopteerd worden.

In alle technieken zal men na de operatie een 6-tal weken niet of gedeeltelijk mogen steunen. De revalidatie duurt gemiddeld 3 maanden en de kans op succes is ongeveer 80 à 90%.

Mogelijke complicaties zoals infectie, wondprobleem, zenuwletsels, ... komen slechts zelden voor (<1%).

Opgelet

De informatie op deze website werd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld, maar kan desondanks onvolkomenheden bevatten. De auteurs kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van het gebruik van deze informatie. Voor een persoonlijk advies, raden wij u aan uw huisarts of een andere deskundige te raadplegen. U kan ook steeds op onze consultaties terecht voor persoonlijk advies.