Heuplijden

///Heuplijden
Heuplijden2018-10-21T17:21:35+00:00

1. Inleiding:

Er zijn verscheidene oorzaken waardoor uw heup pijn kan doen.

Gezien het gewricht relatief vooraan ligt zal de pijn zich typisch presenteren via liespijn bij belasting of heupbeweging.

Toch kan de pijn zich tevens aan de buitenzijde of in de bilregio presenteren, naargelang wat de oorzaak van de pijn is. In deze zijn het vaak spieren of aanhechtingen van spieren.

Daarnaast kan er een uitstralingspijn naar de knie ontstaan, doch nooit verder dan de knie. Indien uw last eerder aan de achterzijde van het been zit en verder dan de knie gaat, is de pijn vermoedelijk eerder afkomstig vanuit de rug.

Zoals u reeds kan opmaken uit de inleiding is het dus zeker niet altijd zo evident om enkel via klinisch onderzoek een duidelijke oorzaak aan te halen. Daarom worden er vaak bijkomstige onderzoeken gedaan om een specifieke oorzaak van de klachten aan te tonen.

Het basis onderzoek in de heuppathologie is een radiografie. Daarnaast kan het in functie van de klachten en de presentatie nog noodzakelijk zijn bijkomende onderzoeken (CT, NMR, …) te verrichten.

Een ander belangrijk onderzoek dat vaak gepland wordt om een differentiatie te maken tussen heuplijden en pijn van andere oorsprong is een inspuiting in de heup.

Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de mogelijke chirurgische behandelingen.

2. Totale heupprothese via direct anterieure weg: Klik hier

3. De heupartroscopie: Klik hier

4. De diagnostische infiltratie:

Indien er na klinisch onderzoek en bijkomende beeldvorming geen duidelijke oorzaak gevonden wordt van de pijn kan een diagnostische infiltratie voorzien worden.

Gezien de heup volledig omkapseld is, het is met andere woorden een gesloten ruimte, kunnen we het gewricht zeer selectief gaan verdoven. Wanneer de pijn dan verminderd of verdwijnt, weten we dat het heupgewricht de veroorzaker is van de pijn.

Gezien de heup, in tegenstelling tot de knie en andere gewrichten, relatief diep ligt, moeten we deze aanprikken met behulp van radiografie en contrastmiddel (een soort kleurstof). Deze hebben we enkel voor handen in een operatiezaal of op de dienst radiologie.

De inspuiting gebeurt meestal zonder verdoving, toch kan indien gewenst een lichte roes gegeven worden.

Specifiek voor deze ingreep is belangrijk om te weten of u zwanger zou kunnen zijn en of u al dan niet allergisch zou zijn aan contraststof, cortisone of lokale verdoving.

De inspuiting op zich duurt ongeveer 10 minuten en nadien mag/moet u onmiddellijk alles verrichten. Het is zelf belangrijk dat u onmiddellijk alles gaat doen en meer bepaald de zaken die anders pijn zouden doen, zodanig dat u duidelijk kan aangeven of de pijn na de inspuiting beter is.

Het is belangrijk om te weten dat bij de inspuiting 3 vloeistoffen worden ingespoten.

Ten eerste wordt contraststof (een soort kleurstof) ingespoten, dit laat ons toe om zeker te zijn dat we in het heupgewricht zitten. Ten tweede wordt een een lokale pijnstiller ingespoten. Deze pijnstiller werkt ongeveer een 6-tal uur. Daarna zal deze uitwerken en zal de pijn tijdelijk terugkeren. Na een 3-tal weken zal de cortisone zijn effect hebben. Het is dus aan te raden om in dit tijdsinterval kortstondig een onstekingsremmer te nemen.

U zal een score systeem meekrijgen, de VAS – score, dewelke u dient in te vullen en terug dient mee te brengen na 6 weken op de consultatie. Dit is een belangrijke vragenlijst omdat het ons toelaat na te gaan in welke mate u pijn beter is.

Na 6 weken zien wij u terug op de consultatie om de resultaten te bespreken.

5. Grote trochanter pijnsyndroom

Heuplijden kan enerzijds van het gewricht komen en zal zich dan presenteren als liespijn. Doch er zijn een groot aantal spieren die het gewricht aandrijven als een motor. Één van de belangrijkste is de gluteus medius. Deze zorgt ervoor dat wanneer we stappen, we niet door onze heup zakken. Toch kan het zijn dat deze spier ter hoogte van zijn aanhechting begint te scheuren. De pijn die dit genereert is typisch pijn aan de buitenzijde van de heup. Toch zijn er veel oorzaken die deze specifieke pijn kunnen nabootsen. Zo is er bijvoorbeeld de burisitis trochanterica, de external snapping, tevens heupgewrichtslijden en rugpijn kan hiernaar uitstralen.

Om een duidelijke differentiaaldiagnose te maken zal er uitgebreid onderzoek nodig zijn, gezien al deze oorzaken een specifieke behandelingsmethode nodig hebben.

 

Bursitis trocanterica

Bursitis trochanterica of vertaald ontsteking van de slijmbeurs over de trochanter. De trochanter is een botuitsteeksel waar spieren op aanhechten die de heup bewegen. Gezien dit bot wat prominent is, kan er irritatie ontstaan van andere spieren die hierover lopen, meer bepaald van de iliotibiale band. Dit is een soort rekker die van het bekken naar de knie loopt en dus over dit botuitsteeksel schuift. Om deze 2 vlot over elkaar te laten glijden zit er een slijmbeurs tussen, de bursa trochanterica. Wanneer deze ontstoken is spreekt men van bursitis.

Er zijn verscheidene redenen waardoor deze kan ontsteken. De voornaamste is een te gespannen iliotibiale band. De diagnose zal gebeuren na rx en echografie. Om deze spanning wat te verminderen zal dus in de eerste plaats kine gestart worden met stretchoefeningen. Indien dit onvoldoende beterschap geeft kan een lokale infiltratie met cortisone gebeuren. Indien de pijn alsnog persisteert, kan met een operatie de tensor verlengd worden en de slijmbeurs verwijderd worden.

Er zijn ook nog verschillende andere redenen om slijmbeursontsteking te hebben, of pijn te hebben in deze regio. Zo kan dysplasie dergelijke klachten mimeren, ook intra-articulaire pathologie of een snapping hip. Ook gluteus medius tendinopathie kan dit mimeren. Een uitgebreide oppuntstelling is dus onontbeerlijk.

Snapping hip

Snapping hip of klikkende heup. Er zijn 2 soorten snapping hip: enerzijds de internal snapping (aan de binnenzijde), anderzijds de external snapping (buitenzijde).

De internal snapping hip wordt veroorzaakt door irriatie van de psoaspees dewelke over de iliopubische tak loopt. De external snapping ontstaat door irritatie van de iliotibiale band over de grote trochanter.

De voornaamste oorzaak is dysplasie. Toch zien we het soms ook na totale heupprothese.

De behandeling bestaat meestal uit kine, of het aanpakken van de onderliggende oorzaak. In uitzonderlijke gevallen kan arthroscopisch een verlenging van de verantwoordelijke pezen gebeuren.

6. Heupdysplasie

In sommige gevallen is de heupkom niet diep genoeg en is er onvoldoende bedekking van de heupkop. Dit noemen we dysplasie. Teneinde de bedekking van de heupkop te verbeteren is het mogelijk om de kom te heroriënteren. Om dit te verwezenlijken moet de pan dus volledig losgemaakt worden van het bekken. Dit noemt men de periacetabulaire osteotomie (peri: rond, acetabulair: heupkom, osteotomie: breukvlak).

De bedoeling is om via een 5 tal snijvlakken deze pan vrij te maken en de pan op een correcter manier te herfixeren met een aantal schroeven.

We spreken hier wel van een uitgebreide ingreep. Deze dient goed voorbereid te worden. Er zal bijna altijd een diagnostische infiltratie gebeuren voordien.

Het is tevens belangrijk dat u voordien goed geïnformeerd bent. Een goede referentiesite met correcte informatie vindt u op: http://hipdysplasia.org/.

7. Revisie heupprothese

Het hernemen van een primaire prothese kan verscheidene oorzaken hebben. De meest voorkomende is het loslaten van de pan. Daarnaast zijn besmetting, loskomen van de steel, verslijten van de glijlaag en herhaaldelijk luxeren, mogelijke oorzaken voor een heuprevisie. Dergelijke ingrepen zijn zeer individueel verschillend.

Opgelet

De informatie op deze website werd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld, maar kan desondanks onvolkomenheden bevatten. De auteurs kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van het gebruik van deze informatie. Voor een persoonlijk advies, raden wij u aan uw huisarts of een andere deskundige te raadplegen. U kan ook steeds op onze consultaties terecht voor persoonlijk advies.