Polscyste

Cysten zijn de meest voorkomende goedaardige zwellingen van de hand en pols. Ze bestaan uit een dunne bindweefselwand, gevuld met een gelatine-achtig vocht.
De meeste polscysten zijn met een dunne steel verbonden met het polsgewricht en komen vooral voor bij vrouwen tussen 15 en 35 jaar. De exacte oorzaak is ongekend en het verloop is wisselend met toe- en afname van het volume (en de hinder), vaak afhankelijk van de mechanische belasting. Heel wat polscysten vragen geen specifieke behandeling en verdwijnen na enkele jaren vanzelf zonder restletsels.

In eerste instantie wordt de diagnose bevestigd en uitgelegd aan de patiënt. Bij hinder kan relatieve rust, een polsbrace en evt een oefenprogramma geprobeerd worden. Grote cysten veroorzaken vaak ongemak en pijn, naast het esthetisch aspect. In deze omstandigheden kan overwogen worden de cyste operatief te verwijderen. Een evacuerende punctie (en evt infiltratie) is eenvoudig, maar heeft slechts 20% slaagkans dat de cyste wegblijft.

Een volledige verwijdering omvat niet alleen de cyste zelf, maar ook de verbinding met het gewricht. Hierdoor kan na de ingreep een vrij lange periode van stijfheid en hinder ontstaan, wat een polscyste operatie niet onschuldig maakt. Meestal zijn er meerdere weken arbeidsongeschiktheid. Een correct verwijderde polscyste heeft ongeveer 10% kans op recidief (dus de slaagkans is 90%).

De laatste jaren is er in de behandeling van polscysten een tendens naar de kijkoperatie. Hierbij wordt de verbinding tussen cyste en gewricht ‘van binnenuit’ verwijderd en dient geen klassieke insnede gemaakt te worden. Niet alle cysten komen hiervoor in aanmerking, maar goede indicaties hebben dezelfde slaagkansen als de klassieke operatie met aanzienlijk minder kans op post-operatieve stijfheid en dus een sneller herstel.