Carpal Tunnel Syndroom

///Carpal Tunnel Syndroom
Carpal Tunnel Syndroom2017-07-15T16:01:34+00:00

Carpaal tunnel syndroom

Carpal tunnel syndroom is een frequent voorkomende aandoening die pijn,
gevoelsverlies en tintelingen in de hand en arm veroorzaakt. Het ontstaat
wanneer een van de belangrijkste zenuwen van de hand (de nervus
medianus) geklemd raakt op zijn traject door de pols.

Bij de meeste mensen wordt carpal tunnel syndroom erger over verloop van
tijd. Snelle diagnose en maatregelen zijn dus belangrijk. In een vroeg
stadium kunnen eenvoudige maatregelen zoals een polsbrace of het
vermijden van bepaalde activiteiten verlichting brengen.

Indien de druk op de polszenuw echter aanhoudt, kan dit leiden tot
beschadiging en verergeren van de symptomen. Om blijvende schade te
vermijden kan een operatie om de druk weg te nemen aan sommige
patiënten aangeraden worden.

Anatomie

De carpal tunnel (Nederlands: het handwortel kanaal) is een nauw traject in de pols. De handwortel beentjes vormen de wanden en de bodem, terwijl het dak bestaat uit een dikke band bindweefsel (het dwars carpaal ligament). Al deze structuren zijn hard zodat de carpal tunnel slechts heel beperkt kan uitzetten en groter worden.
De nervus medianus is een van de belangrijkste zenuwen van de hand. Deze zenuw zorgt voor het gevoel in de duim, wijsvinger, middenvinger en ringvinger. Ze controleert ook de spieren aan de basis van de duim.
De 9 pezen die de vingers en duim plooien lopen eveneens door de carpal tunnel (flexorpezen).

Beschrijving 

Carpal tunnel syndroom ontstaat wanneer de tunnel nauwer wordt of wanneer de weefsels rond de buigpezen zwellen; hierdoor komt de nervus medianus onder druk te staan.
De weefsels rond de pezen worden het synovium genoemd en zorgen voor het smeren van de pezen waardoor de vingers makkelijker kunnen bewogen worden.

Oorzaak

De meeste gevallen van carpal tunnel syndroom worden veroorzaakt door een combinatie van verschillende factoren. In studies blijken vrouwen en oudere mensen makkelijker de aandoening te krijgen. 

Andere factoren zijn: 

• Erfelijkheid. Door verschillen in de anatomie hebben sommige mensen een handwortel kanaal dat kleiner is dan gemiddeld. Dit kan familiaal voorkomen.
• Repetitief gebruik van handen. Door gedurende langere tijd vaak dezelfde bewegingen te doen met de hand en pols worden de pezen extra belast, wat zwelling kan veroorzaken en hierdoor druk op de polszenuw kan ontstaan.
• Hand en pols houding. Door de hand en pols gedurende langere tijd in extreme houdingen te houden (zowel plooien als strekken) kan druk op de polszenuw ontstaan.
• Zwangerschap. Hormonale veranderingen tijdens de zwangerschap kunnen zwelling veroorzaken.
• Ziekten als diabetes, rheumatoïde arthritis en schildklieraandoeningen komen vaak samen met carpal tunnel syndroom voor.

Symptomen

• Gevoelsverlies, tintelingen, brandend gevoel en pijn: vooral in duim, wijsvinger, middenvinger en ringvinger
• Elektrische schokjes, uitstralend naar duim, wijsvinger, middenvinger en ringvinger
• Pijn of tintelingen in de arm en zelfs tot in de schouder
• Krachtverlies en onhandigheid in de hand(en) met moeilijkheden om fijne handelingen uit te voeren
• Voorwerpen uit de hand laten vallen door een combinatie van krachtverlies en/of gevoelsverlies

Meestal ontstaan deze symptomen geleidelijk zonder duidelijke aanleiding of kwetsuur. Vaak komen en gaan de klachten in het begin, maar naarmate de aandoening erger wordt, kunnen de symptomen frequenter worden of niet meer verdwijnen.
Nachtelijke symptomen zijn heel frequent, wellicht omdat veel mensen slapen met hun pols geplooid. Hierdoor wordt men wakker. Overdag zijn het vooral bepaalde houdingen gedurende een bepaalde tijd die de klachten uitlokken zoals bijvoorbeeld telefoneren, een boek lezen, autorijden en fietsen. Veel patiënten vinden dat bewegen en schudden met de hand de klachten doet afnemen.

Onderzoek
Tijdens de raadpleging vraagt uw arts naar de symptomen, uw algemene gezondheidstoestand en eventuele ziekten en medicatie. Tijdens het klinisch onderzoek wordt op zenuw getikt of wordt de pols geplooid om klachten uit te lokken en worden het gevoel en de kracht van de hand getest. Bij ergere gevallen kunnen de duimspieren dunner worden (atrofie).
Een zenuwgeleidingstest en electromyografie (EMG) kan de aandoening bevestigen en toont ook de ernst ervan. Deze test kan ook eventuele andere zenuwaandoeningen aantonen (bijvoorbeeld polyneuropathie) of andere plaatsen van druk op zenuwen die de klachten mee kunnen verklaren.
Met een echografie kunnen zenuwen en pezen gevisualiseerd worden met behulp van ultrageluidsgolven. Met een radiografie kunnen de handwortel beentjes afgebeeld worden, bijvoorbeeld bij verstijving en plaatselijke polspijn om arthrose of een breuk uit te sluiten.
Magnetic resonance imaging (MRI) scan toont in detail alle structuren van de hand en pols. Dit onderzoek kan nuttig zijn bij carpal tunnel syndroom om andere oorzaken van de klachten uit te sluiten, om abnormale weefsels te zien die drukken op de polszenuw of om de polszenuw zelf in detail te visualiseren (bijvoorbeeld na vroegere operaties of verwondingen).

Behandeling
Hoewel het vaak een geleidelijke aandoening is, zullen de meeste patiënten met carpal tunnel syndroom meer en meer last krijgen zonder behandeling. Daarom is een snelle diagnose wenselijk. In een vroeg stadium kan behandeling zorgen voor stabilisatie of vertraging van de ziekte.

Niet-operatieve behandeling
Bij een vroege diagnose en behandeling kunnen de klachten vaak verbeterd worden zonder operatie.
De opties zijn:
Polsbrace. Door ’s nachts een polsbrace te dragen kan de pols niet geplooid worden tijdens het slapen. Een neutrale houding van de pols vermindert de druk op de polszenuw in het handwortel kanaal. Het kan ook nuttig zijn om overdag een polsbrace te dragen tijdens activiteiten die anders de klachten veroorzaken of verergeren.
Ontstekingsremmers (NSAID). Dit zijn pijnstillers die ook de ontsteking doen afnemen. Langdurige inname is echter af te raden omwille van de frequente nevenwerkingen op spijsvertering, nieren en hart.
Activiteiten aanpassen. Soms kunnen bepaalde bewegingen vermeden of aangepast worden, bijvoorbeeld door ergonomische verbeteringen op het werk.
Oefentherapie. Specifieke oefeningen om de polszenuw beter te laten glijden in het handwortel kanaal kunnen soms beterschap opleveren. Deze oefeningen worden aangeleerd bij een gespecialiseerde kinesitherapeut en dienen door de patiënt zelf dagelijks te worden uitgevoerd.
Corticosteroïd injecties. Cortisone is een sterke ontstekingsremmer en kan in het handwortel kanaal ingespoten worden. Vooral pijnklachten kunnen hiermee succesvol behandeld worden, maar het effect is vaak slechts tijdelijk. Soms wordt een proef-injectie uitgevoerd om te helpen bij de diagnose.
Operatieve behandeling
Indien de niet-operatieve behandeling onvoldoende effect heeft, kan een ingreep overwogen worden. De beslissing om te opereren hangt af van de ernst en duur van de symptomen. Bij ernstige aantastingen met constant gevoelsverlies en atrofie van de duimspieren wordt een ingreep sneller voorgesteld.

De operatieve ingreep voor carpal tunnel syndroom wordt ‘carpal tunnel release’ genoemd. Dit kan op een klassieke manier ofwel via een kijkoperatie uitgevoerd worden, maar het doel is hetzelfde: de druk op de nervus medianus wordt weggenomen door het ligament dat het dak van het handwortel kanaal vormt door te snijden. Hierdoor vergroot de diameter van het handwortel kanaal met ruim 30%. Na de operatie zal dit ligament terug aan elkaar groeien, maar de extra plaats blijft behouden en dus blijft er meer plaats voor de polszenuw en de pezen.
Meestal gebeurt de operatie via een dagopname, waarbij de patiënt slechts kort in het ziekenhuis verblijft. Plaatselijke verdoving is standaard, maar erg nerveuze en ongeruste patiënten kunnen beter kiezen voor een korte narcose.
Bij de klassieke operatie wordt een kleine insnede van 3cm gemaakt in de handpalm, zodat de chirurg onder rechtstreeks zicht het ligament kan doorsnijden.
Bij de kijkoperatie wordt een iets kleinere insnede gemaakt net voor de pols en wordt via een buisje een kleine cameralens (endoscoop) ingebracht in het handwortel kanaal. Met een speciaal mesje wordt dan het ligament doorgesneden, net zoals bij de klassieke operatie.
De resultaten van klassieke en endoscopische operaties zijn vergelijkbaar. Elk heeft zijn eigen voordelen en risico’s. In het OLV ziekenhuis worden beide technieken uitgevoerd. Uw handchirurg zal u hierover informeren.

Herstel
Aan het einde van de operatie worden de hand en pols goed ingepakt in een verband, dat nog 24 tot 48 uur ter plaatse moet blijven om nabloeding en zwelling tegen te gaan. Gedurende deze tijd dient u de hand goed omhoog te houden en regelmatig de vingers te bewegen om de zwelling sneller te doen afnemen en verstijving tegen te gaan.
Hierna wordt een klein verband aangebracht om de wonde te beschermen. Na 10 tot 12 dagen kunnen de hechtingen verwijderd worden. Tot dan moet de wonde droog en zuiver gehouden te worden, maar dagelijkse verbandwissels zijn meestal niet nodig.
Lichte pijn, zwelling en stijfheid in de hand zijn normaal onmiddellijk na de operatie. De hand dient zo snel mogelijk gebruikt te worden voor lichte activiteiten (autorijden, licht huishoudelijk werk, administratief werk), maar uitgesproken pijn dient vermeden te worden. Ongemakken in de handpalm kunnen meerdere weken tot maanden aanwezig blijven. De kracht in hand en vingers herstelt meestal tegen 3 maanden na de ingreep, maar dit is sterk afhankelijk van de zenuwaantasting vooraf. Bij ernstige zenuwaantastingen dient men rekening te houden met een herstel van 6 tot 12 maanden.
De arbeidsongeschiktheid is afhankelijk van het soort werk dat de patiënt uitvoert en varieert van enkele dagen tot meerdere weken.

Complicaties
Complicaties kunnen voor geen enkel type operatie 100% uitgesloten worden op voorhand. Bij een carpal tunnel release zijn de complicaties echter zeldzaam en meestal goed behandelbaar. Ze omvatten bloeding, infectie en zenuwletsel.

Resultaten
De meeste patiënten worden na een operatie voor carpal tunnel syndroom klachtenvrij. Het herstel kan echter soms traag verlopen en tot een jaar in beslag nemen.
Bij ernstige zenuwbeschadiging vooraf of bij bepaalde begeleidende aandoeningen (arthrose, reuma) kan een volledig herstel soms niet haalbaar zijn, maar verbetert de operatie aanzienlijk de levenskwaliteit.
In zeldzame gevallen kan carpal tunnel syndroom terugkomen, maar is behandeling mogelijk.

Hiernaast vindt u een video van een kijkoperatie waarbij een polskanaal wordt vrijgemaakt ("release").

Via een kleine insnede wordt een buisje ingebracht tussen de gewrichtsband van de handwortel enerzijds en de ingeklemde zenuw anderzijds. Op de video ziet u de gewrichtsband bovenaan (de zenuw is hier niet zichtbaar).

Met een speciaal instrument wordt vervolgens de band gekliefd, waardoor de zenuw terug plaats krijgt.

Opgelet

De informatie op deze website werd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld, maar kan desondanks onvolkomenheden bevatten. De auteurs kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van het gebruik van deze informatie. Voor een persoonlijk advies, raden wij u aan uw huisarts of een andere deskundige te raadplegen. U kan ook steeds op onze consultaties terecht voor persoonlijk advies.